Boost je communicatie met deze vijf taaltips

Gepubliceerd op 11 oktober 2020 om 12:47

Het is intussen uitgegroeid tot een mooie traditie: elk jaar vieren we in oktober de Week van het Nederlands. Zo’n ode aan onze moedertaal kunnen we uiteraard alleen maar ondersteunen. Toch is het belangrijk om niet enkel die ene week bij het belang van taal stil te staan, maar het hele jaar door. Dus … klaar om jouw communicatie een boost te geven? Met deze vijf taaltips slaag je met glans.

 

 

1. Het Groene Boekje is je beste vriend                              

Niet helemaal zeker hoe je een woord spelt? Dat is absoluut geen schande. Maar vooraleer je er snel zelf iets van maakt, zoek je het beter gewoon even op. Surf daarvoor naar www.woordenlijst.org, de digitale versie van het Groene Boekje.

Onthoud: beter 30 seconden van je tijd nemen om de correcte schrijfwijze op te zoeken dan klanten te missen door een taalkundige uitschuiver.

 

2. Schrijf zoals je spreekt

De tijd waarin alles zo formeel mogelijk moest, is voorbij. Want niemand heeft iets aan oubollige woorden en archaïsche zinsconstructies. Schrijf gewoon zoals je zou spreken. Gebruik ook zo veel mogelijk ‘je’ in plaats van ‘u’. Zo bouw je die band met je lezer op. En als klanten je vertrouwen, gaan ze gegarandeerd van je kopen.

 

3. Overlees en laat overlezen

Laatste woord van je blogpost getypt? Nieuwsbrief afgemaakt? Goed gedaan, maar je werk zit er nog niet op! Overlezen is een cruciale stap die helaas vaak wordt overgeslagen.

Tip van een ervaringsdeskundige: laat je tekst even liggen nadat je hem hebt geschreven en lees hem pas de volgende dag grondig na. Is er iemand in de buurt die er ook nog even zijn of haar blik op kan werpen? Doen! Een buitenstaander leest je tekst met een frisse blik en haalt er gegarandeerd nog zaken uit.

 

4. Gebruik ‘als’ en ‘dan’ correct

Dit is een heel specifieke tip, en met reden! Want we zien het maar al te vaak: een verkeerd gebruik van ‘als’ of ‘dan’. ‘Dan’ gebruik je na de vergrotende trap (‘groter dan’, ‘sterker dan’) en na alle vormen van ‘ander’ of ‘anders’ (‘anders dan’, ‘andere dan’). ‘Als’ gebruik je wanneer je twee zaken in de stellende trap vergelijkt, meestal in combinatie met ‘zo’ of ‘even’ (‘even groot als’, ‘zo sterk als’).

Het lijkt misschien een detail, maar een foutief gebruik van deze kleine woordjes komt heel slordig over. En dat wil je echt wel vermijden, toch?

 

5. Gebruik actieve taal

Met beeldende woorden kan je je zinnen echt opfleuren. Vermijd daarom werkwoorden als 'worden' en 'zijn' en passieve zinsbouw. Je wilt dat de lezer zich een actief beeld vormt van wat je doet, en ertoe wordt aangezet om met jou samen te werken. Want zegt nu zelf … Van een zin als ‘volgende week wordt met ons project begonnen’ krijg je het niet echt warm. Wat dacht je van: ‘Volgende week is het zover. Dan lanceren we ons langverwachte project.’ Klinkt al stukken beter, niet?

Kan je nog meer taaltips gebruiken? Dat treft, want wij hebben er in overvloed. We werpen graag een blik op je bestaande communicatie en kijken waar we kunnen bijsturen. Van nul beginnen en je schrijfwerk volledig uitbesteden? Ook daar helpen we je bij!

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.